Sam
Er was eens een Chinees jongetje en het heettte Sam.
Hij woonde bij zijn vader en moeder in Vught. Zijn vader kon heel goed koken en dierenbeeldjes maken uit steen. Zijn moeder kon goed met de computer werken en breien. Op een dag ging Sam in zijn eentje lopen en nam zijn bal mee. Die bal dat was een toverbal: overal waar Sam naartoe wilde rolde de bal heen en wees zo de weg. Sam wilde eerst naar het bos. De bal rolde vooruit en Sam liep er achteraan. In het bos zat een nachtegaal op een tak en zong een mooi liedje. Sam bleef staan en luisterde. Toen zei hij tegen de bal:” Breng mij naar de nachtegaal”. De bal schoot omhoog en Sam klom er achter aan tot hij bij de vogel op de tak zat. Tegen de nachtegaal zei Sam:” Waar heb jij zo mooi zingen geleerd?” “In een land hier heel ver vandaan, dat China heet”, zei de nachtegaal en hij zong uit volle borst en keek ondertussen vanuit zijn ooghoeken naar Sam. “Breng mij naar China”, zei Sam en klapte in zijn handen. “ Nou” zei de bal, “dat kan wel, maar dat is heel ver weg en dan moet je eerst over de grote zee”. “Breng mij dan naar de grote zee”, zei Sam en hup, de bal sprong uit de boom naar beneden en begon te rollen. Sam liet zich langs de stam van de boom naar beneden glijden en rende erachter aan. De nachtegaal wilde ook mee en vloog achter Sam aan. De nachtegaal had heel goede ogen en wees Sam onderweg op allerlei dingen, die hij kon eten; bessen, paddestoelen, beukennoten. Ook stopte hij bij een klaterend beekje en daar dronken ze samen water. In het water zwom een visje met goudkleurige vinnen. Sam wilde het visje opeten, maar het visje zei: ”Laat mij leven, dan zul je nog veel plezier van me hebben. Ik kan me zeven keer in iets anders veranderen waarmee jeje kunt verplaatsen”. “Als jij dat kunt”, zei Sam, “dan neem ik je mee” en hij stak het visje in zijn zak. Toen ze aan het eind van bos gekomen waren, begon de grote weg. Precies op het kruispunt stond een draakje en spuwde vuur. Het draakje zei: ” Neem me mee, ik heb allemaal brandstof in mijn buik en op je reis kun je dan ver komen”. “Dat komt goed uit”, zei Sam “Ik ga naar China en mijn vis kan zich zeven keer veranderen. De nachtegaal kan heel mooi fluiten en de bal weet de weg”. Hij was wel erg moe van het lopen, daarom ging hij langs de kant van de weg zitten en zei: “Visje verander jezelf in een auto”. Daar stond een prachtige witte Ford. De draak deed benzine in de tank, de bal ging bij de voorruit liggen, Sam kroop achter het stuur, de nachtegaal ging naast hem zitten en de draak ging languit liggen op de achterbank. De vogel zong het hoogste lied. Zo kwamen ze aan bij de zee. Sam stapte uit en zijn vriendjes volgden. De draak strekte zijn benen, de nachtegaal sloeg zijn vleugels uit, de bal danste op het water. De auto werd weer vis en ze zwom baantjes in de zee. Sam had honger. De nachtegaal maakt een oester open en deed voor hoe je die moest opeten. Sam wilde een oester openmaken, maar die ging half open en zei: ”Eet me niet op, strijk met je handje over mijn schelp en ik word een huis, waarin je kunt slapen”. Nou dat deed Sam. Hij kookte zeespinazie in het huis op palen dat voor hem stond. Het was een mooi huis op palen. Sam en zijn vriendjes sliepen heerlijk die nacht.
De volgende morgen toen ze weer naar buiten gingen werd het huis weer een oesterschelp. Sam, de bal, de vogel, de draak en de vis stonden in de regen bij de zee. Maar Sam had een goed idee: ”Verander jezelf in een boot”, zei hij tegen de vis. “Ja”, zei de vis,”dat kan ik wel”. Hij werd een prachtige boot met grote zeilen, een kajuit en een motor voor als er geen wind was.
Ze stapten allemaal in en namen de schelp ook mee. Sam, de bal, de schelp en de vogel gingen lekker in de kajuit zitten. De draak deed benzine in de tank en stuurde de boot. Er was genoeg wind en de boot ging de goede kant op. De bal zorgde daar wel voor. De draak lette goed hoe de bal rolde. De zeilen stonden bol, de vlag wapperde en de vogel zong zijn liedje.
Sam was in een goede bui, zijn buikje zat nog vol spinazie, alleen de schelp was zeeziek en ging dicht.
Na een paar dagen varen waren ze in China. Oh…., wat was het daar mooi: bergen en de grote Chinese muur tempels en ja Sam kon alle letters lezen. Hij was immers een Chinees jongetje. De vogel zong, de vis veranderde zich in een helikopter, de draak zorgde voor brandstof, de bal rolde rond in de omgeving en ze maakten mooie tochtjes. Na een dag of tien was de bal echter niet meer tevreden. Hij wilde verder rollen. Sam nam de bal in zijn handen en zei: ”Wat is er toch, vind je het hier niet mooi?”. “Jawel”, zei de bal, ”maar ik wil naar de keizer rollen, ik heb het hier wel gezien”. De keizer heeft een paleis. Het is daar heel mooi. “O”, zei de nachtegaal, “Ik heb hier mooi leren zingen en de keizer heeft het nog niet gehoord, ik wil bij de keizer zijn”. Nou toen vroeg Sam of de draak nog genoeg brandstof had en ja hoor dat had hij. De vis veranderde in een witte Ford en na 8 uur rijden kwamen ze bij het paleis van de keizer aan. Die maakte juist een wandeling door de tuin, toen hij de nachtegaal heel mooi hoorde zingen. De bal rolde voor zijn voeten.” Wat hoor ik”, zei de keizer, “dat is geweldig zeg, lakeien ga deze vogel onmiddellijk halen!”. “Dat gaat niet zomaar. Hij hoort bij een jongen en een draak. Het kan gevaarlijk zijn om hem te vangen”. “Weet je wat”, zei de keizer, “ik loop wel naar ze toe”. De keizer liep naar het hek en riep de jongen: “NI HOW”, wat betekent hallo. Gelukkig verstond Sam de keizer en lachtte naar hem. De keizer nodigde hem en zijn vriendjes uit voor het eten. Sam had een enorme honger, want sinds de zeespinazie had hij niets meer gegeten. De bal had niets nodig en de oesterschelp sliep door, maar de nachtegaal smulde van het zangzaad. De draak en Sam aten van alles wat ze voorgezet kregen: vis en vlees, rijstballetjes en groenten. Toen sliep de nachtegaal in een gouden kooi en Sam op een bed met drie matrassen. De draak in een drakenmand. Iedereen was tevreden. Maar Sam moest huilen, want hij dacht aan zijn papa en mama in Vught. De volgende morgen, liet de keizer Sam bij zijn troon komen en zei: “Ik wil graag de nachtegaal, wat kan ik er jou voor teruggeven?” Sam dacht diep na en zei toen: ”Mijn mama heeft geen brief van het dorp waar zij is geboren en nu mag zij in het verre Vught niet wonen of werken en ze zal nooit naar China kunnen met papa en mij, kunt u haar de papieren niet geven?” De koning dacht diep na en ging naar zijn schrijftafel, hij schreef een mooie brief met gouden letters en zette er een prachtige handtekening onder. Hij deed de brief in een grote witte envelop en lakte hem dicht met zijn zegelring. Hij lachte naar Sam en gaf hem de brief. “Zo, nu zie ik je ook nog terug, misschien als je groot bent.” “Ja”, zei Sam “Mijn opa en oma komen ook mee”. Toen nam hij afscheid van de nachtegaal. De vis werd een helikopter. Met de draak de oesterschelp vertrok Sam, terwijl de bal hem de weg wees. Aan zee werd de oesterschelp weer voor één dagje een huis en ze sliepen rustig in. De volgende dag
liet de oester zich in zee glijden en zuchtte, eindelijk weer thuis. De vis werd een boot. De draak deed de tank vol en stuurde. De bal wees de weg. Sam viel in slaap en werd pas wakker toen ze aan land gingen. Hij vroeg de vis om nog een keer in een auto te veranderen. Dat gebeurde. De draak had precies nog genoeg brandstof voor een tank. Bij het bos in Vught stopte de auto. De draak spuwde geen vuur meer, want zijn brandstof was op. De draak zei: “Ga nu maar zelf verder, vaarwel, ik moet bijtanken”. Hij verdween op het kruispunt. Bij het beekje zei de vis: ”Gooi me nu maar terug. Ik heb mijn werk gedaan”. Sam gaf hem een kusje en gooide hem terug. Hij zei tegen de bal:” Breng mij thuis, want ik ben moe en heb heimwee”. De bal rolde met een vaart terug. Sam kon hem bijna niet bijhouden. Thuisgekomen viel hij zijn papa en mama in de armen en ze maakten een rondedansje. Toen haalde Sam de brief van de keizer uit zijn zak en mama huilde van geluk. Maar Sam moest wel beloven om niet meer alleen te gaan wandelen……..
Ze leefden nog lang en gelukkig