Oude oma en het witte hondje
Ik ben verdrietig. Er is iets ergs gebeurd. Oude oma is overleden. Zomaar. Gistermiddag in haar stoel. Zondag was ik nog bij haar. We hebben gepraat over het witte hondje dat vroeger bij oma woonde. Ik liet dat hondje wel eens uit, samen met mama en Djordjina. Maar het witte hondje is er niet meer. Die is in de hondenhemel, had mama gezegd. Oude oma is er nu ook niet meer. Is ze nu ook in de hondenhemel, mama? Nee, zei mama, maar misschien kunnen ze wel bij elkaar op visite. Kan ik ook nog bij oma op visite, mama?
Lieve Eefje, je kunt met papa en mama wel praten over oude oma. En ook met oma. Wij kenden haar heel goed. Alles wat je met oude oma wilde bespreken, kun je ook tegen ons zeggen. Dat vinden we zelfs heel leuk om te doen, lieverd, zei mama. Oké, dan wil ik wel weten waarom oude oma Djordjina wel kan zien en jullie niet. Oude oma gaf Djordjina ook limonade en koekjes. En prinsessenthee, die we uit de mooiste kopjes met onze pinkjes omhoog mochten drinken, dat had oude oma ons zelf geleerd.
Oude oma was lief hè, zei mama toen. Als je wilt, kunnen we samen bloemen bij haar gaan brengen. Dan mag Djordjina mee. En jullie mogen je prinsessenjurkjes aan. Goed?
Ja mam, dat is leuk. Jij bent ook heel lief, mam. Jij gaat nog lang niet op visite bij oude oma en het witte hondje, toch, mam?