Eefje en Sjors spelen
Ik noem haar Djordjina. Mama zegt dat ze gewoon Sjors heet. Maar ze is niet gewoon. Ze is mijn vriendinnetje. Mama noemt mij Eefje. Eigenlijk heet ik Eveline, maar dat weet mama niet. Djordjina en ik zijn prinsesjes, daarom.
We doen hele gekke dingen. We spelen dan dat ik een jongetje ben, Nordin. Nordin is heel erg verlegen. Djordjina speelt dan dat zij verliefd is op mij. En dan krijg ik een kusje van haar. Op mijn wang. Ik vind haar heel erg lief. Nordin ook. Hand in hand huppelen we door de tuin.
Of we spelen kappertje. Dan ben ik de kapper. Ik knip Djordjina’s haar kort en verf het alle kleuren van de regenboog. We houden allebei van mooie kleuren. Ik mag mijn eigen haar niet knippen. Dan wordt mama boos. Eén keer kon er geen speldje meer in mijn pony. Te kort. Ik mag mijn haar ook niet verven. Vingerverf gaat er moeilijk uit.
We spelen wel eens doktertje. Dan zoeken we bij elkaar wat er ziek is. Zonder t-shirt en zonder broek kijken we naar elkaar. Of we voelen aan een knie, of aan de buik. We kloppen op de rug en luisteren naar onze adem. Dat doet de dokter ook, met zo’n skoop-ding of zo, zei de juf.
Djordjina is een echte vriendin. Mama vindt het maar raar als ze mij voor de spiegel ziet zonder kleren.
We doen ook hele gewone dingen. We drinken Prinsessenthee. We nemen een prinsessenbad met heel veel schuim. We blazen grote bellen van zeepsop. We maken tekeningen voor onze juf. We doen of we zusjes zijn. Ik vind Djordjina lief. En zij mij ook.