Eefje en Sjors onder het prinsessendekbed
Ik wil niet op vakantie. Papa en mama willen naar Spanje. Met Max en mij. Maar ik wil thuis blijven. Ik mag niet alleen thuis blijven. Maar Djordjina is er ook, zeg ik. Toch mag het niet. Mag Djordjina dan mee op vakantie, vraag ik. Djordjina kan niet mee, zegt papa. Papa snapt het niet.
Ik moet mijn tas inpakken. Mama heeft de tas van Max ingepakt. Anders vergeet hij van alles, zegt mama. Ik moet overal zelf aan denken. Ik ben nu groot genoeg, zegt mama. En mama heeft het druk. Met andere dingen. Mama pakt ook de spullen van papa in. Hij is toch ook groot genoeg? Ik snap het niet.
Ik lig op bed. Morgen gaan we heel vroeg weg. Ik fluister tegen Djordjina. Zij slaapt ook op mijn kamer. Prinsessen mogen toch zelf weten wat ze doen? Dan mag ik toch thuis blijven? Prinsessen kunnen alles zelf. Netjes eten, de tafel afruimen, tanden poetsen, op tijd naar bed gaan, bed opmaken en op tijd naar school. Djordjina en ik helpen elkaar altijd.
Ik wil niet met Max op vakantie. Ik wil rust. Met mijn broertje heb ik nooit rust. Papa en mama ook niet. Ze merken toch niet dat ik mee ben. Ik wil thuis blijven, onder mijn prinsessendekbed, samen met Djordjina. Met Djordjina speel ik dat alles stil is. We horen niets. We zien heel veel mooie kleuren. Rode ballonnen. Roze jurken. Paarse schoenen met hoge hakjes. Gele zonnen, heel veel gele zonnen. Lichtblauwe bloemen, groene bomen en oranje eendjes in het water. Wat zie jij als je je ogen dicht doet?