Bianca en de kabouterkoning

 

Er was eens een meisje dat Bianca heette.

Ze was een lief meisje met lichtbruine krulletjes en pretoogjes. Bianca woonde met haar vader, moeder, zusje Sharon, het hondje Dribbeltje en haar twee konijnen Snuf en Snuitje, in een hutje bij een groot bos. Bianca mocht op een dag met haar arme opa en oma mee uit wandelen in het bos. Meestal moest ze met haar vader en moeder hard werken, want ze waren arm. Ze ging dan stickers plakken op schoenendozen. Haar vader maakte schoenen in alle maten en haar moeder deed er roze of blauwe veters in. Op deze woensdag zeiden haar vader en moeder tegen Bianca: ”Ga maar met opa en oma naar het bos, misschien vind je nog beukennootjes, dan hebben we vanavond nog wat te eten”. Dus liep Bianca met haar arme opa en oma in het bos en ze keek goed naar de grond, maar ze zag alleen maar blaadjes en gras. Het gras deed ze in haar mandje voor de konijnen Snuf en Snuitje, want die arme dieren hadden ook al honger. Opeens zag opa in het bos een kleine koning, die heel hard liep. Hij had een rode mantel om en een witte baard en hij had een kapotte kroon op. Hij huilde...... Hij huilde dikke tranen. Opa zag dat en riep: “Meneer de koning, blijf alstublieft staan, want we hebben onze kleindochter bij ons en die heeft nog nooit een echte koning gezien”. De koning draaide zijn hoofd om, veegde zijn tranen af en zei met een bedroefd gezicht: “wat moet uw kleindochter nou met een koning, die een kapotte kroon heeft?" “Beter een kapotte kroon op het hoofd, dan tien in de lucht”, zei oma. Daar keek de koning van op. Toen kwam Bianca dichterbij. Zij was wel een beetje bang van de koning met zijn rode neus van het huilen. Ze vond het ook wel een beetje zielig. “Arme koning”, zei  ze. De koning gaf haar een handje  en zei: ”dag lief meisje, mijn kroon is kapot, maar ik ben wel een echte koning.” Bianca knikte. Toen vroeg de koning wat Bianca deed in het bos. Ze zei: ”Ik zoek beukennootjes, voor vanavond, anders hebben wij niets te eten”. De mond van de koning zakte helemaal open van verbazing. “Hoe bestaat het,” zei hij en krabde door het gat in zijn kroon op zijn hoofd. Opa en oma stonden te rillen van de kou, want ze hadden maar een dun jasje aan. Ze knikten. Bianca zei:”Wat doet u zelf in het bos, bent u aan het verstoppertje spelen?”, “Nee”, zei de koning. “ik zoek mijn kabouters, die gaan mij helpen om mijn kroon te laten maken”. “O” zei Bianca, zullen we meehelpen. Ja, knikte de koning. Opa en oma wilden ook wel meehelpen. ”Ik ga rechtdoor”, zei de koning. ”als jullie linksaf gaan vinden we ze wel”. Nou de koning zocht rechtdoor. Hij zocht zich een ongeluk, maar vond geen kabouters. Bianca en opa en oma hadden meer geluk. Ze zagen een hele groep kabouters staan, die aan het werk waren en wat nog mooier was er was een goede fee bij met een kistje vol goudstukken. Bianca wilde ook wel een kabouter zijn. Ze waren even groot als zij en ze vroeg aan opa en oma “Mag ik ook zo’n muts op” Maar natuurlijk hadden opa en oma geen kaboutermuts, ze waren immers arm. Bianca ging toch bij de kabouters staan om het werk af te kijken. Ze zaagden bomen om en maakten er stoeltjes van. Toen de kabouters geld kregen voor de stoeltjes kreeg Bianca ook een geldstuk. Ze was zo blij! Ze zei: “nu kunnen we eindelijk brood kopen en hoeven we niet alweer vieze beukennootjes te eten. Opa en oma vonden het heel flink van Bianca dat ze geld verdiend had terwijl ze nog zo klein was. Ze zeiden tegen de kabouters: “Als jullie rechtsaf en daarna rechtdoor lopen, kom je de koning tegen, die zoekt jullie, want zijn kroon is kapot”. “Wat, is hij alweer kapot, die koning maakt er ook een potje van”, zeiden de kabouters. Maar ze beloofden hem te gaan helpen, want ja, een kapotte kroon is wel erg, ook al gebeurt het meer dan een keer achter elkaar. De kabouters gingen rechtsaf en rechtdoor en samen met Bianca opa, oma en de goede fee vonden ze koning. Hij was in slaap gevallen. “Nou, die is ook liever lui, dan moe”, zeiden de kabouters en de fee raakte met een stokje de neus van de koning aan. Die werd wakker. “Hoe komt dat nou weer Archibald?”, zei de fee. ”Kun je niet uitkijken, waar je loopt? Je moet toch wel een keer je kroon heel houden!” “Ja, lieve fee”, zei de koning, "maar ziet u, ik was u aan het zoeken en toen viel ik”. Hij kreeg een heel rood hoofd. “Je weet toch wel dat het hier vol zit met boomwortels”, zei de fee en ze lachte een beetje en schudde haar mooie hoofd.” "Misschien heb je behalve een nieuwe kroon ook nog wel een bril nodig". "Kijk", zei ze en lachte naar Bianca, opa en oma. "Dankzij dit meisje en haar opa en oma zijn wij nu hier en we zullen een nieuwe kroon voor je betalen. En weet je wat je nou verder moet doen? ….naar de brillendokter gaan en daarna zoek je een lieve kaboutervrouw, want ik ben een fee en jij bent een kabouterkoning en dat kan niets worden met ons twee". De koning knikte en hij was wel blij dat hij er gauw weer als een echte koning uit zou zien. Een bril dat leek hem ook wel interessant en ja, een lieve kaboutervrouw, daar had hij ook wel zin in. Zo eentje die lekker taarten kon bakken en met je gaat wandelen in het bos. En de fee had gelijk. Zij was toch veel te teer, maar ja ze zag er zo lief uit. Bianca , opa en oma, de fee, de kabouters allemaal gingen ze met de koning naar de kronenmaker en de koning kreeg een mooie sterke kroon met edelstenen erin. Toen gingen ze naar de brillendokter en ja hoor de koning kreeg een plusbril en blij dat hij was. Hij begon te dansen en zei dat alles erin het bos nog mooier uitzag, zelfs de kaboutermeisjes. Bianca kreeg van de koning een kaboutermuts en hij koos een heel lief kaboutermeisje uit om mee te trouwen. Bianca mocht de ringen aangeven op de bruiloft. Op een fluwelen kussentje. …..en  opa en oma mochten ook op het feest komen. Toen het feest bijna afgelopen was, tikte de fee Bianca op de schouder. Ze zei:”Kom een even mee”. Bianca dacht, wat gebeurt er nou. “Doe je ogen dicht en leg je handjes open”, zei de fee. Dat deed Bianca. En wat deed de fee? Ze legde een hele portemonnee met goudstukken in Bianca’s handjes. “Doe je ogen maar open”, zei de fee. Nou Bianca wist niet wat ze zag.”……. “O”, zei ze ”nu kan ik brood kopen en een dikke jas voor opa en oma en een mooi huis voor papa en mama en een mp3 speler voor Sharon”….. en dat deed ze . Wat waren papa, mama, Sharon, opa en oma blij en ook Snuf en Snuitje de konijnen en Dribbeltje het hondje. Zij aten elke dag hun buikje rond en Bianca ging nog heel vaak bij de kabouters, de koning, koningin en de fee op bezoek, .....ja, ja.. en ze deed dan altijd haar kaboutermuts op.

 Taalbegrippen bij Bianca en de kabouterkoning