Bianca de elf en de kabouterkoning.
Bianca is een meisje van bijna 3 jaar.
Ze heeft met haar ouders een koningskroon gevonden in het bos. De kroon is klein, want het is de kroon van de kabouterkoning. Die is nu heel verdrietig en huilt dikke tranen. Dat weet Bianca niet. Ze kijkt elke dag naar de kroon, die schittert in de zon. De kroon ligt op de kast in de kamer van Bianca. In huis woont een elf, die gemaakt is van klei. Na zonsondergang wordt de elf levend. Hij gaat met slecht weer naar Bianca’s kamer en met goed weer de tuin in of naar het bos van de kabouterkoning. De elf weet dat Bianca de kroon heeft en dat de koning verdrietig is. Daarom maakt hij Bianca wakker op een nacht en zegt: "Je moet de kroon terugbrengen Bianca"."Dat wil ik wel, zegt Bianca dan ga ik met mijn K3 fiets naar het bos met papa en mama, maar waar woont de koning precies?" "Ga met mij naar het bos", zegt de elf, "s-nachts is er niemand op de weg en kun je goed doorfietsen, ik weet ongeveer waar de koning woont". Bianca valt weer in slaap en droomt van de kabouterkoning. Een paar nachten later maakt de elf Bianca wakker en zegt: "Je boft, jouw papa en mama hebben de K3 fiets buiten laten staan en nu kunnen we gemakkelijk naar het bos". Bianca doet een jas aan over haar pyjama en schiet in haar regenbooglaarsjes, dan vertrekken ze. De kroon leggen ze in het mandje aan het stuur van Bianca’s fiets. De elf zit achterop en stuurt bij als Bianca teveel wiebelt. Het is een mooie tocht. Ze komen onderweg een uil tegen die roept: "Oehoe, oehoe, waar moet dat zo laat naar toe?" "Niet verklappen, hoor, we brengen de kroon terug naar de kabouterkoning". "O",zo zegt de uil, "een mooie kroon hoor". Er komt ook een ekster langs gevlogen, die kijkt verlekkerd naar de kroon. "Ah, voor mij mooi,mooi", krast hij. Maar de elf vliegt naar hem toe en zegt: "Deze kroon is voor de kabouterkoning en niet voor jou". "Jammer", zucht de ekster en vliegt verder. Even later zien ze twee lichtjes in het donker, een glimworm en een vuurvlieg. "Mogen wij mee?" vragen de glimworm en een vuurvlieg, "dan wij kunnen jullie pad verlichten". "Oké"’ zegt de elf, "kom maar mee, fietsen zonder licht is gevaarlijk, nu hebben we een voor en een achterlicht!" Al gauw komen ze bij het bos aan, konijntjes schieten van schrik in hun hol. De elf roept: "hé… draai je eens om. Bianca is niet gevaarlijk en we hebben hier de kroon van de kabouterkoning". Voorzichtig draaien een paar konijnen om; ze vinden de fiets en de kroon prachtig. Een van de konijntjes zegt: "de koning mist zijn kroon heel erg, hij zoekt hem al heel lang". "Dat weet ik", zegt de elf en trekt hem zachtjes aan een oor. "Is de koning thuis?" "Jazeker, zegt het konijn, wij konijnen hebben vandaag nog een gang voor hem gegraven". "Waarom dat dan" ,vraagt de elf. "Hij loopt toch altijd gewoon door het bos?" "Nou kijk zelf maar, wat er aan de hand is bij het paleis". "Goed", zegt de elf, "want hij heeft niet veel tijd. Als het licht is wordt hij weer een pop van klei". Bianca is reuze benieuwd en vindt het leuk dat de elf met de konijntjes praat. Het konijn wijst de weg. Ze gaan verder en struikelen bijna over een kabouter, die zich vanaf een tak naar beneden laat vallen. "O", de kroon van de koning, "wat zal hij blij zijn". "Pas op er is een groot gevaar in het bos" en hij klimt snel weer de boom in. Het paleis ligt verscholen in een boom, nog een laantje door, een omgevallen boom over en oei wat ligt daar voor de deur van het paleis? Ze horen allebei een vreselijk geronk en wat zien ze: een ontzettend groot hoofd, hele lange, dikke armen en benen…..Een REUS ligt voor de deur en slaapt, terwijl allerlei kabouters vanachter raampjes naar hem gluren. Bianca begint te huilen, maar de elf fluistert: "Stil Bianca, straks wordt de reus nog wakker". Daar komt de uil aangevlogen. "Uil", zegt de elf, "wat denk je, blijft de reus nog slapen?" "Wij kunnen zo niet bij het paleis komen". "Hij ligt precies voor de deur". "Hij slaapt al drie uur", zegt de uil "en hij kan nog wel een uur doorslapen". "Weet je wat, kietel hem eens onder zijn tenen of kriebel hem onder zijn neus. Hij heeft zijn schoenen uit gedaan". "Ik durf niet", zegt de elf en ook Bianca ziet het niet zitten, maar gelukkig is er een kleine muis met een lange staart, die het wel wil proberen. Ze trippelt met haar kleine pootjes over de voetzolen van de reus en hij beweegt zijn voeten niet eens. Dan wrijft ze met haar staart onder de neus van de reus en wat gebeurt er nu? Er klinkt heel hard HATSJIE en Bianca de elf en de fiets vallen achterover in het gras. De reus gaat zitten, wrijft zijn ogen uit en roept: "Hé, waar is mijn bril, ik kan zo niets zien, waar ben ik nou ook al weer". Bianca en de elf kijken vanuit de struiken naar de grote reus en Bianca ziet dat zijn bril in de boom hangt. "Sssst, niets zeggen", fluistert de elf. "Als hij zijn bril heeft kan hij ons allemaal zien!". "We moeten opschieten", zegt de elf, "ik moet op tijd terug zijn". Hij kijkt om zich heen en ziet dan het konijn dat de gang gegraven heeft voor de koning. "Konijn, kun jij ons naar de koning brengen?". "Ja hoor", antwoordt het konijn, maar Bianca kan niet door de gang. De elf weet daar wel wat op. "Konijn", zegt hij, "als jij de koning vertelt dat wij de kroon hebben, komt hij vast wel even naar buiten". "Misschien wel", knikt het konijn, "ik zal het proberen". Hij wipt achter de struiken de gang in en Bianca en de elf moeten wachten. De reus zit ondertussen hulpeloos om zich heen te kijken en voelt met zijn grote handen over de grond om hem heen. Natuurlijk vindt hij zijn bril zo niet, want die hangt in de boom en het is heel donker in het bos alleen de glimworm en de vuurvlieg geven licht. Bianca vindt het heel spannend en ze bibbert een beetje. Ze houdt de hand van de elf vast. Ze blijven kijken naar de struiken en opeens horen ze een licht gekraak. Hé, daar staat een kabouter zonder muts met een witte baard een rode mantel en een gouden staf. "Dat is de koning zelf", zegt de elf zacht. "Echt waar?", vraagt Bianca en gaat een stukje naar voren. Ook de glimworm en de vuurvlieg zijn nieuwsgierig en vliegen rondom de koning. "Toe maar", zegt de elf en geeft Bianca een zetje. "Koning, hier is uw kroon", zegt Bianca. "Dat is geweldig", zegt de kleine koning en pakt de kroon aan. "Ik was hem alweer kwijt", maar de kronenmaker gaat er een ketting aanmaken die ik achter mijn oren moet doen, zodat hij nooit meer zomaar verdwijnt, want zeg nou eerlijk, wat is een koning zonder kroon?" "Wat een goed idee, van die ketting", zegt de elf. "Hier heb je een beloning", zegt de koning en geeft Bianca een prachtige munt en een zakje dadels en beukennootjes. "Daar wordt je flink van, eet er maar van", zegt de koning, "je zult het zien". Bianca heeft best honger gekregen en eet van de dadels en de beukennootjes. Dan komt er opeens een heel grote hand over de grond. Oei, oei,……. de reus. Hij zoekt nog steeds naar zijn bril. De koning schiet de konijnengang in en de elf duikt achter de struik. "Waar is mijn bril", dondert de reus. "Wie helpt me?". Bianca doet een stap naar voren en roept heel hard: "Reus Archibald, hij hangt in de boom". "In de boom", herhaalt de reus en staat recht. "Potjandikkie, hoe kan ik dat nou vergeten, in de boom". Hij pakt zijn bril zet hem op en kijkt naar Bianca. "Zo", zegt hij, "dus jij wou mij wel helpen, wat doe jij in het bos, mensenkind?". "Ik fiets met de elf", zegt Bianca, "maar ik moet naar huis, want het wordt al licht". "Nou, als beloning, breng ik je tot aan de bosrand". "Doet u dan voorzichtig met de elf en mijn nieuwe fiets?" De reus lacht en meteen waaien er een paar bomen om. Hij bukt zich en steekt Bianca in zijn broekzak. Ze ziet nog hoe de koning naar haar zwaait vanuit de konijnengang. Hij heeft zijn kroon op en lacht. De elf steekt de reus in zijn achterzak en de fiets in zin vestzak. Binnen drie stappen zijn ze bij de bosrand. De reus haalt Bianca, de elf en de fiets uit zijn zakken en zet ze voorzichtig neer. "Nu snel naar huis", zegt hij. "Bianca, jij bent een flink meisje, de elf is mooi en zo’n fiets zou ik ook wel willen hebben als ik een mensenkind was. Ik ga terug naar het bos. Ik ben op zoek naar kabouters, maar ik heb er geen gezien ginds waar ik lag te slapen. Ik ga maar naar een ander stuk van het bos". Bianca en de elf knipogen naar elkaar. Dit loopt allemaal goed af voor iedereen. Snel bedanken ze de reus en op de fiets zijn ze zo thuis. De vuurvlieg en de glimworm zeggen gedag en gaan terug naar het bos . Het is zes uur, de elf staat precies op tijd op de kast en Bianca valt met haar jas aan en regenbooglaarzen aan haar voeten in een diepe slaap. Om acht uur maakt haar mama haar wakker en zegt tegen haar papa, die Bianca heeft vannacht haar jas aangedaan en haar laarzen, wat is het toch een bijzonder kind.