Amadeo en
de reuzenlaarzen
Amadeo is een kleine prins. Hij woont met zijn moeder koningin Maria-Anna, zijn vader koning Leopold en zijn zusje prinses Nannerl in Westland, een mooi land met molens, oude steden, de zee en hier en daar bossen.
Op een dag gaat hij met zijn ouders een rijtoer maken en ze nemen Nannerl in de kinderwagen mee. Aangekomen bij een groot bos, zetten ze de hofauto in een parkeervak. Amadeo en zijn ouders lopen een eindje in het grote bos. Nannerl ligt met haar handjes te spelen en met Nijn een speelgoedkonijn. Amadeo is daar al te groot voor. Hij springt van boomstammetjes af en verstopt zich achter struiken en bomen. Op een zeker moment zien ze allemaal ontwortelde bomen over de weg liggen en dan zien ze hele grote voetstappen in het zand. “Het is hier niet pluis”, roept koningin Maria-Anna en ze wil omkeren, maar koning Leopold en Amadeo vinden het lekker spannend en gluren samen tussen twee omgevallen bomen naar de open plek en wat zien ze daar. “Een schoen”, roept Amadeo en hij rent erheen. Het is een ontzettend grote schoen. Hij loopt er omheen, zet zijn een voet erin en probeert een eindje te lopen. Hij is dat lopen in grote schoenen wel gewend, want thuis staan de schoenen van zijn papa, de koning ook vaak op de mat bij de buitendeur. Dus het lukt hem wel om met de schoen vooruit te komen. Hij vindt het geweldig. Zonder om te kijken loopt hij verder het bos in. Hij luistert niet als zijn vader de koning zegt, dat hij terug moet komen. Hij loopt en loopt en plotseling hoort hij flink snurken. Met zijn grote schoen aan loopt hij er dadelijk heen. Zo’n grote man heeft hij nog nooit gezien, een reus met rood haar, een flinke snor, een dikke buik en een blote voet met grote reuzentenen. Amadeo loopt erheen, trekt aan de neus van de reus en roept in zijn oor: “schoen aan!”. Daarna gaat hij springen op de dikke buik van de reus. Die wordt wakker en roept: “wat kriebelt daar op mijn buik? Wie trekt daar aan mijn snor?” Hij neemt zijn bril uit de boom en zet die op en daar ziet hij Amadeo. “Hé jij daar, kleine mensenpeuter, kom jij eens dichterbij!” Hij pakt hem op in zijn grote hand. Amadeo protesteert. “Ik ben geen mensenpeuter, ik ben prins Amadeo en mijn vader en moeder zijn koning en koningin van Westland o,zo”. Nu moet de reus vreselijk lachen. Zo klein en al verbeelding ook. “Ja en ik heb ook nog een zusje en ze is prinses Nannerl, maar ze is nog maar klein”. “Zo,zo, prins Amadeo, wat kom jij doen?” “Jij moet je schoen aan”, roept Amadeo, want als hij zacht praat verstaat de reus hem niet. “Dat bepaal ik altijd zelf nog wel”, fluistert de reus, “want er zijn die dag al genoeg bomen omgewaaid”. “Schoen aan”, herhaalt Amadeo. Nu glimlacht de reus en zegt terwijl hij Amadeo hoog in de lucht houdt: “Zou jij wel willen he. Ik vind jou leuk, ik neem je mee naar de grote zee”. Zonder verder antwoord af te wachten stopt hij prins Amadeo in zijn rugzak, tussen de reuze boterhammen en de bosvruchtenyoghurt. Amadeo kijkt door de opening van de rugzak naar buiten en denkt wat zal er nu met mij gebeuren, had ik nou toch maar naar papa geluisterd. De reus zet er flink de pas in. Na 5 grote passen zijn ze het bos uit. Amadeo voelt hoe het begint te waaien en wat ziet hij in de verte ……allemaal water. De grote zee. Hij moet huilen, want hij vindt de zee eng en hij wil terug naar zijn vader en moeder en Nannerl zijn zusje. De reus loopt door tot de vloedlijn en daarna haalt hij Amadeo en de boterhammen en yoghurt uit zijn rugzak en begint te eten. Hij geeft Amadeo ook een stukje boterham en een dopje yoghurt, want het is een aardige reus. “Kijk”, zegt de reus tegen Amadeo, “hier hebben we de ruimte en er vallen geen bomen om op mijn voeten als ik hardop praat of lach”. Maar plotseling moet de reus vreselijk lachen en wat ziet Amadeo? Er hangt een kreeft aan zijn grote teen. “Laat los, laat los je kriebelt me roept de reus”. Hij trekt de kreeft los. Er liggen ook schelpen, die vindt Amadeo wel mooi. Hij neemt er een paar mee voor zijn vader de koning, zijn moeder de koningin en Nannerl de prinses. De reus gaat op de Boulevard van Scheveningen liggen en nu kunnen er geen mensen meer bij en hij wil op een boot, maar de kapitein kijkt bedenkelijk en zegt dat het schip al vol is. Dan gaat hij met Amadeo zwemmen en Amadeo is nu niet meer bang. De reus zorgt goed voor hem. Om op te drogen kruipt Amadeo in de schoen van de reus. Zijn ouders ondertussen hebben niet stilgezeten. De reus zijn ze op het spoor gekomen en ze hebben er een leger naar toe gestuurd om Amadeo terug te halen. Als het leger met soldaten op het strand komt, zien ze alleen de reus, zijn rugzak en schoenen, maar …geen Amadeo. Die zit immers in een schoen en doet zijn middagslaapje, net als de grote reus. Het leger soldaten begint nu de reus vast te binden. De soldaten maken touwen vast aan de haren van de reus en aan zijn vingers en tenen. Hij beweegt een beetje maar het lukt. Al gauw ligt hij vast aan de grond genageld. Nu maken de soldaten een kampvuur en houden de wacht. Niemand komt op het idee om in de schoenen van de reus te kijken. Er gaat een uur voorbij. En wie steekt zijn kleine blonde hoofd uit na een uur? Het is Amadeo, met zijn “aaitje”, de neushoorn en 3 schelpen. Hij staat recht en roept: “mama waar ben je?”, want hij is na zijn slaapje vergeten waar hij is. Alle soldaten schieten overeind en lachen. Vlug neemt de commandant de mobiele telefoon en belt koningin Maria-Anna. Ja, Amadeo is terecht en hij mankeert niets. Echt waar juicht koningin Maria-Anna. Ja en hij vraagt naar zijn mama. “Ik kom eraan”, zegt koningin Maria-Anna. “Ik neem de helikopter”. En zo verschijnt even later een helikopter met daarin de koning, de koningin en prinses Nannerl. Ze rukken de deur open en sluiten Amadeo in hun armen. Ze willen hem meenemen. Maar Amadeo rukt zich los, loopt naar de vastgebonden reus en zegt: “ik ben de prins maak hem los”. Niemand durft wat terug te zeggen. Als de reus los is gaat Amadeo bij zijn snor staan en trekt eraan. Hij roept in zijn oor: “Schoen aan!” Daarna geeft hij hem een kusje en gaat met de koning en koningin mee de helikopter in. Het leger trekt zich terug. De reus wordt wakker, krabt zich op zijn hoofd en zegt: “ik droomde dat ik werd gekust! Dat was een mooie droom”. Hij doet zijn schoenen aan en wandelt dezelfde weg terug van waaruit hij gekomen is. Amadeo geeft zijn schelpen aan zijn papa.
Mama stopt de schelp voor Nannerl in een potje voor later......